4. Resultaten

4.1 Beleid

Het beleid om het coronavirus in te dammen is vanaf het begin overwegend top-down tot stand gekomen. De ernst van de crisis en de snelheid waarmee gehandeld diende te worden zorgde voor draagvlak onder de bevolking. Inmiddels heeft het beleid verschillende versoepelingen gehad, waardoor draagvlak voor de handhaving van regels die wél nog gelden afneemt. Komende paragrafen dienen ter beschrijving van de mening over en de ervaring en beleving van het beleid door de jongeren die meegedaan hebben aan de focusgroepen in Breda.

4.1.1 Complottheorieën, vaccineren en associatie

De deelnemers verschillen van mening wat betreft het ontstaan van het coronavirus. De meesten geven aan dat ze denken dat het coronavirus is ontstaan door een besmettelijke vleermuis op een dierenmarkt in China. Enkelen zeggen echter dat ze sommige complottheorieën over hoe het zou zijn ontstaan geloofwaardig vinden. Het is opvallend dat dit gedachtegoed voornamelijk terugkomt bij deelnemers met een mbo-opleiding of lager. M10 geeft bijvoorbeeld aan dat hij gelooft dat het gemaakt is om mensen te manipuleren. V5 en V6 stellen dat ze het mogelijk achten dat dit virus gecreëerd is om de “rijken rijker te maken”. Dezelfde deelnemers geven ook aan weinig vertrouwen te hebben in de media en de overheid wat betreft berichtgeving over het virus, wat in contrast staat tot de deelnemers met een havo- opleiding of hoger, welke aangeven veel vertrouwen te hebben in de overheid. Voor informatie over het coronavirus raadpleegt deze categorie NOS (waaronder @nosstories op Instagram), nu.nl en de website van het RIVM. De meesten bekijken de persconferenties, aan het begin echter meer dan nu. Enkele jongeren uit de categorie 17-20 jaar met mbo-opleidingsniveau geven aan dit type media niet te vertrouwen, maar voornamelijk af te gaan op verhalen van hun vrienden en Instagram accounts die gericht zijn op jongeren, zoals Rapnieuws tv. Wanneer de jongeren wordt gevraagd waarmee zij corona associëren zeggen ze dat het een “blinde vlek” is geworden: ze zijn gewend geraakt aan de term, de maatregelen en het nieuws. Hierdoor negeren ze veel nieuws dat te maken heeft met corona en gaan ze nonchalanter om met de maatregelen.

Wat betreft vaccinatie zijn de meeste deelnemers huiverig. Een motief om zich wel te laten vaccineren is dat ze het zouden doen in de hoop dat alles dan weer terug naar normaal gaat. De motieven om zich te niet laten vaccineren lopen uiteen van twijfels over de schadelijkheid op lange termijn tot het feit dat het vaccin op dieren getest wordt. Een opvallende bevinding is dat de kennis over het nut van een vaccin en de werking ervan erg beperkt is bij sommige jongeren. Zo denkt V6 dat er twee ‘vaccins’ zijn:

“Nou ligt eraan [of ik me zou vaccineren] want je hebt dan bijvoorbeeld een vaccin die tegen corona is of juist dat je er beter van wordt. Dus als je het hebt dat je dan een vaccin neemt en dan weer beter wordt, of een vaccin die je inneemt en dan krijg je corona niet. Ik weet dus niet wat beter is, maar als ik er een zou moeten nemen, dan die waar je beter van wordt.”

Dat er onduidelijkheid heerst over vaccinatie wordt bevestigd door meerdere deelnemers. Op het moment van schrijven (oktober 2020) is echter nog geen sprake van de beschikbaarheid van een vaccin waardoor dit onderwerp voor nu geen invloed heeft op de beoogde aanpak van jongeren.

4.1.2 “Samen krijgen we corona onder controle”

Sinds de uitbraak heeft het kabinet maatregelen afgekondigd om de verspreiding van het virus in te dammen. De maatregelen op het moment van de focusgroepen zijn: werk zoveel mogelijk thuis, vermijd drukte, was vaak je handen, schud geen handen, hoest en nies in je elleboog en gebruik papieren zakdoekjes. Daarnaast dien je ten alle tijden 1,5 meter afstand te houden tot anderen. Bij (milde) klachten laat je je testen. Als je test positief is, ga je 10 dagen in thuisquarantaine.

4.1.3 Mening over de maatregelen

De mening over de maatregelen is overwegend negatief onder de deelnemers. De reden hiervoor is dat ze de maatregelen vooral verwarrend vinden, door het contrast tussen de maatregelen op papier enerzijds en de uitvoering en handhaving ervan anderzijds. De jongeren van de categorie 17-20 jaar met havo- opleidingsniveau of hoger geven aan zich te ergeren aan de mate waarin gehoorzaamheid aan de maatregelen vrijwel niet zichtbaar is in de stad. M2 geeft aan daardoor de maatregelen niet meer serieus te nemen:

“We moeten allemaal heel serieus doen, maar als je in de stad komt staat iedereen dicht op elkaar. Het is allemaal meer voor de schijn van dat een bedrijf kan zeggen van ‘ja we houden ons aan de maatregelen’ in plaats van dat het ze zelf echt wat boeit”.

Hetzelfde geldt voor de mondkapjesplicht in het openbaar vervoer. De meeste deelnemers geven aan geen problemen te hebben met deze maatregel, omdat ze het makkelijk vinden zich hieraan te houden en het tevens bewustwording creëert voor de ernst van de situatie. Wat ze echter vreemd vinden, is dat het alleen in het openbaar vervoer verplicht is, en niet op andere plekken waar het lastig is om anderhalve meter afstand te houden. Door deze onduidelijkheid begrijpen ze het nut van veel maatregelen niet, waardoor ze zich niet geroepen voelen om goed te gehoorzamen.

4.1.4 Gehoorzaamheid aan de maatregelen

Uit de verhalen van de deelnemers blijkt dat zij vooral in het begin gehoorzaamden aan de maatregelen, maar dat zij zich inmiddels niet meer laten leiden door de maatregelen in hun gedrag. Ze zeggen dat dit vooral komt doordat ze zien dat anderen zich er ook niet aan houden en de versoepeling van het beleid begin juni. Echter, de uitzichtloosheid van de situatie zorgt voor de grootste demotivatie:

“Toen het duidelijk werd dat het nog een extra jaar kon gaan duren dacht ik wel van, dan moet je wel in die tijd het beste ervan maken en daarom is iedereen losser geworden.” (M2)

Een andere reden is dat ze de normverandering moeilijk vinden. Wat nu ‘moreel gedrag’ is, werd vroeger gezien als aanstellerij, met als meest duidelijke voorbeeld het thuisblijven bij een verkoudheid. Ze geven aan dat de boetes wel een afschrikkende werking hebben en dat dit een reden is om te gehoorzamen. Hierin is echter wel verschil op te merken tussen de categorieën deelnemers. De deelnemers met een mbo-opleiding geven aan dat ze handhaving niet serieus nemen omdat ze hier slechte ervaringen mee hebben en een groot gevoel van onbegrip ervaren. Bij de focusgroepen met deelnemers met een havo-opleiding of hoger komt dit vrijwel niet terug. Wat betreft het hebben van een gevoel van eigen keuze met betrekking tot naleving van de coronamaatregelen, zeggen de meeste deelnemers wel het idee te hebben dat ze genoeg vrijheid hebben om eigen keuzes te maken. Dit is enerzijds positief, omdat het zou betekenen dat zij hierdoor in ieder geval een gevoel van regie hebben, maar anderzijds kan dit er ook juist toe leiden dat zij zich niet genoodzaakt voelen om te gehoorzamen.

Daarnaast geven de deelnemers aan geen twijfel te hebben of ze zich zouden laten testen. Ze laten zich testen als ze symptomen hebben of als zij een vriend of vriendin geregeld gezien hebben die positief getest blijkt te zijn op het coronavirus. 

Een belangrijke bevinding is dat alle jongeren aangeven dat ze zelf niet bang zijn om het coronavirus te krijgen en dat ze zich hier dan ook geen zorgen om maken. Voor velen blijft het virus een ver- van-mijn-bed show. Wel zien ze het als een motivatie om zich aan de maatregelen te houden dat ze anderen, met name kwetsbaren, kunnen besmetten als ze zelf ziek zijn.

4.1.5 Bestraffing of beloning?

Het is een belangrijke kwestie in de zoektocht naar de beste aanpak van jongeren met betrekking tot COVID-19: wat werkt beter, beloning van goed gedrag of bestraffing van slecht gedrag? De jongeren zijn niet eenduidig in hun antwoord hierop, maar uit de focusgroepen blijkt dat zij in ieder geval overwegend positief staan tegenover een aanpak op basis van bestraffing, en overwegend negatief tegenover een aanpak op basis van beloning. Over beloning delen enkele deelnemers het standpunt dat het niet werkt omdat de beloning niet duidelijk is en niet gelijk volgt op goed gedrag. M5 illustreert dit aan de hand van het volgende voorbeeld:

“Het is zeg maar een beetje belonen alsof je tegen me zegt van je krijgt honderd euro, alleen wanneer zeg ik niet. Je weet niet wanneer het opeens wel mag.”

Hierbij speelt het ook een belangrijke rol dat individueel gedrag zorgt voor een collectieve beloning. Een van de jongeren zei dat hij zich aan de maatregelen houdt, maar dat mensen die zich niet aan de maatregelen houden vervolgens ook kunnen profiteren van de beloning die volgt op zijn gedrag. Dit gevoel komt duidelijk terug bij meerdere jongeren: ze zien dat ouderen zich niet aan de maatregelen houden, terwijl de jongeren het gevoel hebben dat ze juist het gevoel hebben het voor hen te doen. Dit zorgt voor onbegrip.

Meerdere deelnemers zeggen dat een aanpak waarbij slecht gedrag als het ware “geshamed” wordt impact zou hebben omdat het ze bewust zou maken van de consequenties van hun gedrag. Belangrijk hierbij is dat in dat geval wel de juiste snaar geraakt dient te worden, anders heeft het een averechts effect; ze stellen dat het ze dan juist opstandig zou maken.

Uit het bovenstaande blijkt dat de jongeren inzien dat een aanpak door middel van beloning moeilijk te verwezenlijken is in tijden van de coronacrisis, omdat de beloning niet snel kan volgen op het gedrag. Daarnaast geven ze aan vatbaarder te zijn voor straffen of shamen, door de afschrikkende werking ervan.

4.1.6 Vergelijking

De tendens is dat de huidige situatie wordt vergeleken met andere crisissituaties, zoals de Tweede Wereldoorlog (met de boodschap dat het toen veel erger was). Deze relativering leidt bij de jongeren tot irritatie en een onrechtvaardigheidsgevoel. De eerste reactie van vrijwel alle deelnemers is dat ze begrijpen waar de ouderen vandaan komen en dat ze zich inderdaad wellicht aanstellen in deze situatie. Hier komen zij echter op terug wanneer ze er langer over nadenken. M5 denkt vooral dat dit niet de manier is om jongeren te bereiken:

“Ik vind sowieso echt dat je jongeren op emotioneel vlak moet raken. Wij kennen niet beter dan geen oorlog hebben, dus dit raakt me niet. Voor mij is dat hetzelfde als ‘je kan ook dood zijn’”. V4 vult dit aan met dat zij het idee heeft dat ouderen haar alles opleggen, terwijl zij zichzelf er juist niet aan lijken hoeven te houden. V6 vindt het raar dat ‘alle jongeren’ worden aangesproken, om dezelfde reden als V4: “Er zijn ook ouderen die zich niet aan de regels houden en jongeren die zich er juist wel aan houden, maar alleen wij worden erop aangesproken”. ”. Volgens de jongeren ontstaat hierdoor een kloof tussen jong en oud. Ze voelen zich onbegrepen, wat juist zorgt voor weerstand.

4.2 Gevlogen

De coronacrisis heeft voor de jongeren uiteenlopende gevolgen gehad, negatief én positief. In dit deel worden de resultaten besproken op het niveau van mentaal welzijn, intimiteit en de verandering van toekomstplannen.

4.2.1 mentaal welzijn en intimiteit

Alle deelnemers geven aan verschillende gevolgen te hebben ondervonden aan het coronavirus. Enkelen zijn hun (bij)baan kwijtgeraakt waardoor ze financieel in de problemen kwamen. Ze gingen hiermee om door hoop te houden dat ze een nieuwe baan zouden vinden als de crisis voorbij is. M5 vertelt dat hij zijn doelen moest bijstellen: hij spaarde voor zijn rijbewijs en een auto, maar heeft dit moeten uitstellen door het verlies van inkomsten. M11 vindt dat zijn jaar is ‘afgepakt’ door het coronavirus. Hij stelt dat dit juist de tijd van zijn leven is waarop hij veel wil feesten en met vrienden wil zijn. Meerdere jongeren geven aan dat ze het gevoel hebben dat zij zich dit jaar niet optimaal kunnen ontwikkelen. De deelnemers van 17-20 jaar met een havo-opleiding of hoger zeggen dat ze te weinig prikkels hadden. De andere kant hiervan is dat een deel aangeeft meer rust te ervaren ten gevolge van onder andere de intelligente lockdown. Zo hadden ze minder sociale druk en gingen ze andere dingen meer waarderen, zoals hun vriendschappen en familie, maar ook puzzelen, wandelen en skeeleren.

Opvallend is de mate waarin de jongeren last hebben gehad van de verschuiving naar het online onderwijs vanaf half maart. De deelnemers met een mbo-opleiding geven aan veel moeite te hebben gehad met deze verschuiving, terwijl dit bij de jongeren met een havo-opleiding of hoger vrijwel niet terug lijkt te komen. Deelnemers die aangeven wel last te hebben gehad van het wegvallen van fysiek onderwijs rapporteren veel verveling, een gevoel van doelloosheid en een gebrek aan motivatie. V6 vertelt dat ze niks geleerd heeft vanaf het moment dat school online werd. Ze zegt dat ze de sociale contacten mist, en dat ze dat nog erger vindt: ze heeft het gevoel dat ze door de coronacrisis zichzelf niet kan ontwikkelen op sociaal vlak. M11 heeft dit ook zo ervaren en zegt hierover:

De motivatie van online les is dramatisch laag. De enige reden waarom mensen naar online lessen gaan is de aanwezigheid en omdat je stof moet leren, maar als je die niet begrijpt kan je niet snel iets vragen. Normaal zou je je vrienden zien en die motivatie valt nu gewoon weg.”

M6 voegt hier nog aan toe dat het probleem daarin ligt: als je iets niet begrijpt, kan je niet meteen om duidelijkheid vragen. Hij zegt ook: “Huiswerk ging rond dus dat deed je niet meer, en je ging vaker in bed liggen. Dan voel je je gewoon doelloos”.

Vrijwel alle deelnemers geven aan dat ze zich eenzaam en somber hebben gevoeld. Vanaf het moment dat de maatregelen versoepelden is dit gevoel afgenomen. Geen van de deelnemers stelt angstgevoelens te ervaren. Een gevoel van verveling overheerst. 

Wat betreft intimiteit is er een patroon zichtbaar onder vrijgezelle deelnemers dat ze meer zijn gaan daten, onder andere via datingapps zoals Tinder. Dit verschilt niet per leeftijds- of opleidingscategorie. Ze vinden het jammer dat ze niemand meer spontaan ontmoeten: met iemand aan de praat raken verloopt minder soepel op een terras waarbij je anderhalve meter afstand van elkaar moet houden dan in een volle club. De deelnemers met een relatie geven aan geen verschil te merken in intimiteit met anderen, met uitzondering van een vrouwelijke deelnemer wie haar vriend lange tijd niet mocht zien omdat zijn ouders erg strikt waren met betrekking tot naleving van de maatregelen. Wat betreft ouderlijk toezicht hebben vooral de deelnemers van 17-20 jaar met mbo- opleidingsniveau een toename hiervan ervaren, voornamelijk omdat zij allemaal nog bij hun ouders wonen.

4.2.2 Verandering toekomstplannen

Over het algemeen hebben de deelnemers geen drastische veranderingen van toekomstplannen moeten maken ten gevolge van de coronacrisis. Uitzonderingen zijn deelnemers waarvan de stage is afgelast en een enkeling waarvan de minor naar het buitenland niet doorgaat. M7 zou na zijn stage gaan rondreizen, maar dit gaat uiteraard ook niet door. In eerste instantie vond hij dit jammer, maar nu ziet hij dit juist als een mogelijkheid om de tijd te nemen om zijn reis nog beter voor te bereiden en andere leuke dingen te gaan doen. Zelf studeert hij toerisme; hij maakt zich zorgen om de branche, maar tegelijkertijd heeft hij vertrouwen dat deze zich blijft ontwikkelen en de klap ook weer te boven zal komen. V7 en M9 geven aan dat ze zich zorgen maken over het vinden van een baan na hun studie. V1 is dit jaar begonnen aan een nieuwe studie. Ze vindt het jammer dat ze alleen online les heeft en dat ze geen introductie heeft gehad. Ook de beleving van het studeren is anders: “Je hoort altijd, studententijd is de beste tijd van je leven, en dan zit je eigenlijk alleen maar thuis achter de laptop”. Ze geeft daarna aan dat ze voor de toekomst hoopt dat ze ook een ‘normale’ studententijd zal hebben. De meeste deelnemers geven daarnaast aan dat ze het moeilijk vinden dat belangrijke mijlpalen niet gevierd kunnen worden. Het idee dat belangrijke mijlpalen later, als de pandemie voorbij is, nog gevierd kunnen worden, spreekt ze daarbij niet aan: ze stellen dit gelijk aan de beloning waarvan je niet weet wanneer en óf deze zal komen.

Ondanks alle tegenslagen, lijken de jongeren optimistisch wat betreft hun toekomst. Ze gaan ervanuit dat deze periode ook weer voorbij zal gaan en kijken uit naar wanneer dit zover is. Ondertussen bedenken ze allerlei manieren om toch het beste van de situatie te kunnen maken. Ze zijn creatief met alternatieven voor afspreken met vrienden en vriendinnen en beseffen het belang van hun gezondheid en die van hun naasten. Bovendien geven de jongeren aan graag mee te willen denken over hoe ze effectief bereikt kunnen worden en dat ze het belangrijk vinden om gehoord te worden.

 

Contact

Denk jij dat wij iets voor jou kunnen betekenen? Neem contact met ons op, en we nodigen je graag uit in onze jungle!